Wat Wij Geloven

 

1. God is goed. Hij is de Alfa en de Omega, het begin en het eind, er is geen ander als Hij. (Psalm 25:8 Psalm 25:8 | Goed en rechtvaardig is de Heer: hij wijst zondaars de weg, [NBV]; Openbaring 1:8 Openbaring 1:8 | ‘Ik ben de alfa en de omega,’ zegt God, de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’ [NBV])

 

2. God bestaat als drie personen in Een: Vader, Zoon en Heilige Geest. (Johannes 1:1-14 Johannes 1:1-14 | [1] In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. [4] In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. [6] Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. [7] Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. [8] Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: [9] het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. [10] Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. [11] Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. [12] Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. [13] Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God. [14] Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. [NBV])

 

3. Jezus Christus is de enige Zoon van God, geboren door maagdelijke ontvangenis van de Heilige Geest. (Matteüs 1:20-23 Matteüs 1:20-23 | [20] Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. [21] Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ [22] Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: [23] ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. [NBV])

 

4. Alle mensen zondigen en hebben Jezus nodig als hun Redder. (Jesaja 53:4-6 Jesaja 53:4-6 | [4] Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. [5] Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. [6] Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. [NBV]; Johannes 14:6 Johannes 14:6 | Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. [NBV])

 

5. Jezus Christus stierf voor onze zonden aan het kruis. Door geloof hebben we deel aan Zijn dood voor verzoening van onze zonden, eeuwig leven en vrede met onze Hemelse Vader. (Johannes 3:15-16 Johannes 3:15-16 | [15] [O]pdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. [16] Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. [NBV]; Handelingen 26:18 Handelingen 26:18 | Door het geloof in mij zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk. [NBV]; Romeinen 5:1 Romeinen 5:1 | Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. [NBV])

 

6. Jezus Christus stond na drie dagen op uit de dood door de kracht van de Heilige Geest. Jezus is naar de hemel opgevaren en zit nu aan de rechterhand van de Vader. Door geloof ontvangen wij de Heilige Geest en het opstandingsleven van Christus. God de Vader heeft alle dingen aan Christus onderworpen. (Romeinen 5:2 Romeinen 5:2 | Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. [NBV]; Efeziërs 1:19-23 Efeziërs 1:19-23 | [19] [E]n hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. [20] Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, [21] hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. [22] Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, [23] die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult. [NBV])

 

7. Het Woord van God is eeuwig en is woord voor woord geïnspireerd door de Heilige Geest. Als het Woord van God wordt ontvangen, geloofd en toegepast, bepaalt het het karakter, gedrag en de bestemming van de gelovige. (Efeziërs 4:17-24 Efeziërs 4:17-24 | [17] Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. [18] In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. [19] Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. [20] Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! [21] U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk [22] dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, [23] dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden [24] en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. [NBV]; II Timoteüs 3:16-17 II Timoteüs 3:16-17 | [16] Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, [17] zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust. [NBV])

 

8. God antwoordt en beloont hen die Hem ernstig zoeken. (Matteüs 7:7-8 Matteüs 7:7-8 | [7] Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. [8] Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. [NBV]; Hebreeën 11:6 Hebreeën 11:6 | Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond. [NBV])

 

9. Alle gaven en beloften van God zijn geldig en actief. (Jesaja 55:10-11 Jesaja 55:10-11 | [10] Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten - [11] zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied. [NBV])

 

10. De Kerk is een lichaam van gelovigen met Christus als Hoofd. De Kerk functioneert volgens de vijfvoudige bediening van apostelen, profeten, evangelisten, leraren en herders. (Efeziërs 4:8-12 Efeziërs 4:8-12 | [8] Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ [9] ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? [10] Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. [11] En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, [NBV])

 

11. De Kerk zal oprijzen in eenheid en volwassenheid van geloof en zal progressief het Koninkrijk van God op aarde manifesteren. (Efeziërs 4:13-16 Efeziërs 4:13-16 | [13] [T]otdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. [14] Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. [15] Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. [16] Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. [NBV])

 

12. Jezus Christus zal op een dag terugkomen. De doden zullen opgewekt worden. Zij die gered zijn zullen worden beoordeeld naar hun werken in Christus en zullen met Hem op een nieuwe aarde voor eeuwig leven. Zij die niet gered zijn zullen in de poel van vuur worden geworpen. (Johannes 14:3 Johannes 14:3 | Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. [NBV]; Openbaring 21:1-8 Openbaring 21:1-8 | [1] Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. [2] Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. [3] Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. [4] Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ [5] Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – [6] Toen zei hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. [7] Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. [8] Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.’ [NBV])