Wat Wij Geloven
1. God is goed. Hij is de Alfa en de Omega, het begin en het eind, er is geen ander
als Hij. (Psalm 25:8
; Openbaring 1:8
)
2. God bestaat als drie personen in Een: Vader, Zoon en Heilige Geest.
(Johannes 1:1-14
)
3. Jezus Christus is de enige Zoon van God, geboren
door maagdelijke ontvangenis van de Heilige Geest. (Matteüs 1:20-23
)
4. Alle mensen zondigen en hebben Jezus nodig als hun Redder.
(Jesaja 53:4-6
; Johannes 14:6
)
5. Jezus Christus stierf voor onze zonden aan het kruis. Door geloof hebben we deel
aan Zijn dood voor verzoening van onze zonden, eeuwig leven en vrede met onze
Hemelse Vader. (Johannes 3:15-16
; Handelingen 26:18
; Romeinen 5:1
)
6. Jezus Christus stond na drie dagen op uit de dood door de kracht van de Heilige
Geest. Jezus is naar de hemel opgevaren en zit nu aan de rechterhand van de
Vader. Door geloof ontvangen wij de Heilige Geest en het opstandingsleven van
Christus. God de Vader heeft alle dingen aan Christus onderworpen. (Romeinen
5:2
;
Efeziërs 1:19-23
)
7. Het Woord van God is eeuwig en is woord voor woord geïnspireerd door de Heilige
Geest. Als het Woord van God wordt ontvangen, geloofd en toegepast, bepaalt het
het karakter, gedrag en de bestemming van de gelovige. (Efeziërs 4:17-24
; II
Timoteüs 3:16-17
)
8. God antwoordt en beloont hen die Hem ernstig zoeken. (Matteüs
7:7-8
; Hebreeën 11:6
)
9. Alle gaven en beloften van God zijn geldig en actief. (Jesaja
55:10-11
)
10. De Kerk is een lichaam van gelovigen met Christus als Hoofd. De Kerk
functioneert volgens de vijfvoudige bediening van apostelen, profeten,
evangelisten, leraren en herders. (Efeziërs 4:8-12
)
11. De Kerk zal oprijzen in eenheid en volwassenheid van geloof en zal progressief
het Koninkrijk van God op aarde manifesteren. (Efeziërs 4:13-16
)
12. Jezus Christus zal op een dag terugkomen. De doden zullen opgewekt worden. Zij
die gered zijn zullen worden beoordeeld naar hun werken in Christus en zullen
met Hem op een nieuwe aarde voor eeuwig leven. Zij die niet gered zijn zullen in
de poel van vuur worden geworpen. (Johannes 14:3
; Openbaring 21:1-8
)